|
Ons adres: |
|
Sociale wetgeving |
|
Inleiding Wie kent niet het kinderwetje van Van Houten [1874] en de ongevallenwet van omstreeks 1900. De vraagt rijst natuurlijk hoe groot was die kinderarbeid in Hasselt en hoeveel ongevallen vielen er in de stad te betreuren. De bronnen geven enig uitsluitsel.
Kinderarbeid In 1841 vond een onderzoek plaats. In totaal telde men toen 134 jongeren die in het arbeidsproces waren ingeschakeld. Het betrof hier 62 meisjes en 72 jongens tussen de tien en zeventien jaar. 52 van hen waren ouder dan dertien jaar. Tien kinderen waren tien jaar oud, 26 elf jaar, 21 van twaalf jarige leeftijd en 19 van dertien jaar. Deze getallen zeggen niets of weinig als daar niet de totale bevolking naast gezet kan worden. In 1840 woonden er in Hasselt 1871 mensen. We hebben het dus over zeven procent van de bevolking. Dat lijkt mee te vallen, maar wanneer we de jaarklassen berekenen dan krijgt het geheel toch een andere dimensie. Wanneer we de gemiddelde leeftijd op 60 stellen dan is elke jaarklasse gemiddeld 1,7 procent groot. Het gaat hier om 8 jaarklassen dus in totaal bijna 14 procent. De helft ervan is dus in het arbeidsproces betrokken. Enige nuancering is nog wel geboden, omdat de groep jongeren groter zal zijn geweest dan de groep ouderen, maar desondanks mag geconcludeerd worden dat een vele jongeren al op jonge leeftijd te werk werden gesteld. |